|
In Moskou
Ik ben onlangs naar het Lenin Mausoleum in Moskou gegaan om weer even te voelen hoe het tijdens de Sovjet periode geweest moet zijn
Op de dagen dat het mausoleum open is, mag er niemand op het enorme plein komen, dus eerst moeten we een stevige wandeling maken, en daarna nog een een half uur in de rij tot we door de bewaking kunnen. Tijd genoeg dus om te vernemen dat mensen voor ons niet hun kamera naar binnen mogen nemen, die moet naar de andere kant van het Kremlin in een kluisje worden afgegeven. Dat is een extra van overheidswege voorgeschreven wandeling van 25 minuten, we weten weer dat we in Rusland zijn. Ook mogen groepen eerst. Een wat lacherige sfeer ontstaat bij de ‘individuelen’. Samen met een paar Italianen en Spanjaarden besluiten we ter plekke dat we een groep zijn. Ik speel al Russisch sprekend voor gids, maar de bewaking kent alle gidsen, dus ze trappen er jammer genoeg niet in. Wij wachten dus op onze beurt, en zien wel wat er met de kamera gebeurd. Een Italiaan voor ons wordt al terug gestuurd. Schouderophalend druipt hij af. Wij stoppen de kamera in de binnenzak en lopen door.
Weet u overigens dat onze eigen architect Berlage ooit een ontwerp maakte voor dat Mausoleum? Maar dat werd niet gerealiseerd, er staat nu een marmeren gebouwtje.
100 Roebel "Heeft u een kamera bij zich?", vraagt een van de vier in het grijs geklede militairen met allerlei bobbels onder en op hun kleding die verdacht veel lijken op geweren, knuppels en kogelvrije vesten. Ja, zeggen we toch maar eerlijk. Oh, dan moet u hem gaan afleveren bij de garderobe aan het andere eind van het Kremlin wordt ons gezegd.
Nee, dat doen we niet, maken we de bewakers duidelijk. We leggen hem wel even achter hen op het marmeren muurtje, en komen hem straks wel oppikken. Stom verbaasd over zoveel vertrouwen zijn ze toch even uit het lood geslagen. Nee het mag toch niet.
We laten een taoïstische stilte vallen. Dan neemt een van hen ons apart, als je me 10 Euro geeft, laat ik je er zo door, maar geen foto’s hoor! Dat is gelukkig een opening, maar 10 Euro is wel wat veel. Ik pak 100 roebel uit mijn zak (minder dan 3 Euro, 100 Roebel is het Russisch standaardtarief voor lagere functionarissen) en dat moet het maar zijn. Het blijkt ook genoeg we mogen door, met kamera! Eerbiedig lopen we naar het donkerbruine marmeren gebouwtje, en dalen de trappen af. Bijna val ik over een trapje, want het is er knap donker na het zonnige plein. Serieuze Sovjet architectuur leidt ons naar de kist.
Als Lenin mijn opa was geweest Er is een rondgang om de glazen kist, Vier militairen kijken streng toe. Het stoffelijke overschot zelf lijkt meer meer op een wassen beeld l en toch zo echt alsof het je zo een knipoogje kan geven.
Zou Lenin nog afstammelingen hebben mijmer ik? Ik stel me voor dat ik als kleinkind zo mijn opa ga bezoeken. Als een driedimensionale foto in een glazen Sneeuwwitje kist. Dat ik dan het deksel opendoe en mijn opa wakker kus. En dat hij dan een lolly voor mij uit zijn zak haalt. Dat hij dan opstaat en met mij aan de hand zo zijn eigen mausoleum uitwandelt, de bewaking voorbij, de rijen mensen buiten passerend. Die denken dat het een grap is. Dat het een verklede man met een puntbaardje is, zoals er zoveel door de stad lopen om zich voor geld met de toeristen te laten fotograferen. Hij kan dus gewoon doorlopen. We nemen dan samen de metro naar huis, een flatje in een van de vervallen appartementengebouwen in de buitenwijken. Hij neemt lekker een douche, om zich van alle was en chemicaliën te ontdoen, trekt een min of meer modern pak van mijn vader aan, en begint zich weer te bemoeien met de politiek. Wat zou Putin zich een hoedje schrikken! En wie is dat kleine meisje daar op je knie, vraagt Putin dan? Dat is mijn kleindochter Elizabetha, die heeft me wakker gekust.
Verboden te praten Ik schrik op, want mijn metgezel wijst mij fluisterend op een bijzonder detail van het interieur. Meteen worden we streng toegefluisterd dat we niet mogen spreken. Ik leun met mijn hand tegen de balustrade. Drukke gebarentaal maakt duidelijk dat ook dat niet mag. We blijven even staan om beter te kijken. Nog meer gebarentaal. We moeten doorlopen. Het is me volstrekt niet duidelijk waarom, want er is niemand voor ons en ook niemand achter ons. De bewaking is zeker bezig de ‘groep’ na ons te ontdoen van hun kamera’s. Geen haast nodig dus. Gebaren mag blijkbaar wel denk ik. Met een royaal gebaar wijs ik voor me en achter me, en haal mijn schouders op, met een vragend gezicht, vanwaar die haast? Ja, dat begrijpen ze zelf eigenlijk ook niet, en we worden verder met rust gelaten. We kunnen nu rustig kijken, want het is best een mooi gebouwtje van binnen, met mooie bronzen deuren en prachtig marmer met gestileerde rode vlaggen ingelegd. Tevreden over wat we gezien hebben, maar toch wat opgefokt over zoveel regels komen we buiten. We mogen niet de korte route naar de andere kant van het plein, nee nog even verplicht langs alle andere Russische Grote Mannen, alle presidenten, belangrijke militairen en Gagarin, de eerste man in de ruimte. Plastic rode anjers sieren hun graven en standbeelden. Hier mogen we gelukkig wel praten.
Sommige dingen veranderen niet Later hoor ik van de kokkin van Lizatec dat zij nog geen 10 jaar geleden 6 uur in de rij had gestaan om daar naar binnen te mogen. Toen snapte ik wel die jongens die ons met al die gebarentaal moesten disciplineren. Vroeger was het echt nodig, anders konden er niet genoeg mensen langs de baar. Maar waarom kan het nu niet een beetje meer ontspannen? Het is Rusland en sommige dingen veranderen (voorlopig?)niet!
|