|
naar het werk Vandaag ging ik voor de eerste keer op mijn fiets naar het werk. Dat is in Nederland niet iets om over naar huis te schrijven, maar hier wel! Het is heel erg excentriek om hier in Sint Petersburg te fietsen, en zeker in de stad. De Russen fietsen wel op de landweggetjes rond hun buitenhuisje, op van die dikke geribbelde banden, maar niet in de stad. En dan alleen als sportieve vrijtijdsbesteding en niet als ‘serieus transportmiddel’. Ook zijn de berijders veelal niet ouder dan 20 jaar en zijn ze het fietsen niet gewend, zwabberen over de weg (nee ze zijn niet dronken) en remmen te laat.
Excentriek Je bent dus erg uniek als je door de stad fietst, honden schieten achter hun baas of gaan keihard tegen je fiets aan blaffen. Woef woef, wat een raar beest! Wegwezen! Zoiets. Tegen mijn verwachting in zijn auto’s toch voorzichtig met je. Veel zorgvuldiger dan met voetgangers of andere auto’s. Ik denk dat ze bang zijn dat je omvalt of gaat slingeren. Dat doen de meeste fietsers, dat is waar. Toch is het zaak uit te kijken voor achteropkomend en rechtsafslaand verkeer bij rechtsafslaan wordt ook nog wel eens een fietser geschept. Het is dus defensief fietsen geblazen, maar gelukkig zijn langs veel erg drukke wegen ook goede trottoirs met vrij weinig voetgangers dus je kunt altijd de stoep nog op. Wel afstappen, want ze zijn allemaal 30 tot 40 centimeter hoog.
Het is ook echt status je fiets thuis in de gang te hebben staan. Zomer en winter geeft het een sportief, excentriek, vagebond achtig image, ook al zou je er nooit op fietsen. Goed, voordat je weggaat eerst de fiets 2 verdiepingen naar beneden tillen, want een stalling beneden is er niet natuurlijk.Heerlijk de wind door de haren, lekker kleine straatjes zoekend kom ik bij het kantoor aan.
Propoesk Het kantoor van Lizaec is op de 5de verdieping van een heel groot en serieus bewaakt gebouw. Denk niet dat je zomaar binnenkomt! Strenge bewakers houden iedereen die geen ‘propoesk’ (identiteitskaart met vergunning om binnen te komen) heeft tegen. Ook onze klanten mogen niet zo maar naar binnen, we moeten telkens een formulier invullen met alle paspoortgegevens, en als er ook maar een letter niet klopt zijn ze onverbiddelijk. De klant komt er niet in, of je maakt een nieuwe propoesk voor hem of haar. Ook wordt elke tas die niet op een handtas of aktetas lijkt gecheckt. Computers, apparatuur, oude stoelen, eigenlijk alles mag niet zomaar het gebouw uit of in. Als we een oude stoel willen weggooien, dan moeten we een drievoudig formulier invullen. Of als er een monitor van reparatie terugkomt (ja, die worden hier nog gerepareerd), dan ook weer de drievoudige formulieren invullen.
Ik heb geen zin elke dag 2 keer een drievoudig formulier in te vullen, dus gewoon brutaal zijn denk ik. Ik zet dus pontificaal mijn fiets tussen het draaihekje, en zeg tegen de bewaking dat hij in de ‘dvor’ (binnenplaats) moet staan, omdat ik anders bang ben dat hij gestolen wordt. Dat begrijpen ze! Maar ja, mogen ze wel zo flexibel met de regels en de formulierenstroom omgaan? Diepe gefronste rimpels verschijnen op hun voorhoofd.
Drie oude dametjes zonder tanden die alles aanvegen Gelukkig is de redding deze keer snel nabij, het hoofd zelf van de gebouw beveiliging (een afdeling van de KGB, het is de FSB, maar wij Nederlanders noemen het nog steeds de KGB) komt net voor het draaihekje met zijn propoeskje. Ik help je, zegt hij. Er wordt druk heen en weer gebeld en gediscussieerd, ik vang flarden op van ‘buitenlanders’, ‘nog nooit eerder voorgekomen’, ‘kan geen kwaad’. Na 10 minuten heen en weer bellen in het gebouw en wat druk uitoefenen komt hij met een grote glimlach melden dat ik mijn fiets op de keurig aangeveegde binnenplaats mag zetten. Een van onze programmeurs die het hele proces in de hal heeft aangezien, tilt met een royaal gebaar mijn fiets over het draaihekje. En dan pas merk ik dat er een heel opstootje is ontstaan. Drie oude dametjes zonder tanden die alles aanvegen en verder voor mij onduidelijke taken hebben, staan als een ontvangstcomité achter het draaihekje met hun mooiste glimlach en de grootst mogelijk verbaasde ogen mij aan te staren. Andere mensen die in het grote gebouw werken zijn niet gelijk naar boven gelopen en hebben het hele tafereel aangekeken. Ze liggen in een deuk, en schudden met hun hoofd.
Waar is je auto?, vraagt de man van de KGB. Hij kan zich nog niet voorstellen dat je met de ‘fiets’ komt als je een felbegeerde Lada stationcar voor deur hebt staan. Ik zet als echte Nederlander natuurlijk mijn fiets op slot. Even gaat er een schaduw over zijn gezicht. De beveiliging is toch goed hier zie ik hem denken. En dan snapt hij het, safety first, dat past in zijn denkraam. Lachend en al bedankend neem ik afscheid van hem bij de lift.
|